Op bovenstaande term geeft Google geen ¨hits¨ maar het bestaat. In de afgelopen maanden merk ik regelmatig de inzet van ¨verongelijkte manipulatie¨. Vooral onder jongeren van een etnische minderheid. Binnen verongelijkte manipulatie probeert men, een groep of individu, invloed te hebben op de situatie door aan te geven zonder reden, en vaak oneerlijk, en – of onevenredig benadeeld te zijn. En nog het liefst zonder reden en oneerlijk en onevenredig.
(more…)
Na het lezen van het rapport “wat vinden burgers zelf van burgerschap” van het Nicis. Daagt mij de volgende overdenking;
In het rapport worden drie burgerschapsstijlen beschreven namelijk de emancipatie communitaristen, de Neo republikeinen en de Lijkdelijk- Liberalen. Als deze drie groepen de te definiëren groepen in de samenleving zijn wat betekend dit dan voor de inzet van het buurt en wijkwerk? En daarin met name het opbouwwerk? Het bereik van het opbouwwerk zou volgens de beschrijving al worden beperkt door de burgerschapstijl van de burger. En wat is de plek van deze burger in de samenleving, hoe verhouden deze burgerschapstijlen zich in de samenleving.
(more…)
De wegen zitten vol en walmende automobielen die langzaam worden verkettert. De ideale situatie voor het voormalige staatsbedrijf de Nederlandse spoorwegen om hun commercieel talent aan te spreken en een hoop nieuwe vaste klanten te werven. Maar helaas het is een voormalig staat bedrijf en heeft de NS geen commercieel talent.
Al jaren lang reis ik vaak, vrijwel dagelijks met de trein. En al die jaren verwonder ik me over de vrijwel lege eerste klas coupes die door de N.S. door Nederland worden gesleept. Blijkbaar is een slechts een kleine markt voor stoelen die een paar centimeter breder zijn als normaal. Altijd heb ik het feit van eerste klas coupes beschouwd als een ongelukkige erfenis uit het verleden vanwaar de NS zich niet wist los te maken louter en alleen tot doel verschillen tussen de betere en gewone mens te illustreren. Welke normale Nederlander betaald immers een fors hogere prijs om essentie hetzelfde resultaat te bereiken. Dat doe je alleen als je niet tot de groep wilt behoren, en dat nodig vind om te uiten, die bij de normale mensen behoren.
(more…)
Bedrijven gaan steeds vaker maatschappelijk verantwoord ondernemen. Gezellig vrijwilligerswerk doen als teambuilding. Of bomen planten om de CO2 uitstoot te compenseren. Maar daar worden de maatschappelijke problemen niet mee opgelost. in dit betoog een aanzet tot een kosten effectieve manier van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Over hoe bedrijven zich kunnen verbinden aan buurten met een concentratie van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. En over hoe de bedrijven, de buurten en de mensen daar beter van kunnen worden
Nederland begin 2008. Veel vacatures, het gaat goed. Maar toch heeft niet iedereen het goed. In de afgelopen decennia zijn veel achterstandsgroepen geëmancipeerd tot volwaardige deelnemer aan de samenleving. Maar toch is er armoede. Onder andere aantoonbaar door het ontstaan van voedselbanken. Binnen de huidige welvaart in Nederland zou het spijzen van de armen niet meer nodig moeten zijn. Op dit moment staan wij voor de vraag hoe wij de sociaal economische positie van mensen in een kansarme situatie kunnen verbeteren. Dit is niet alleen een opgave van de overheid en het maatschappelijk middenveld, maar een opgave voor heel de samenleving. Dit betoog is geen roep voor een grote “anonieme” som geld maar een manier hoe bedrijven hun maatschappelijk verantwoord ondernemen kunnen invullen. Hierbij is het uitgangspunt dat de inzet rendement moet hebben voor de bedrijven en voor de samenleving.
(more…)
Hieronder een schematisch overzicht waartoe inzet van het opbouwwerk aan bij kan dragen. Dit alles binnen het kader zoals geschets in “visie op welzijn” en de 40 krachtwijken van minister vogelaar. Hierbij is het verkleinen van sociaal economische achterstand bij bepaalde groepen het uitgangspunt.
Onderstaand model schets het functioneren van het opbouwwerk gestileerd naar het silhouet
(more…)
Kader
In opdracht van een PABO opleiding geschreven handleiding voor studenten. De handleiding stelt studenten in staat om snel basis informatie de buurt te vinden en te analyseren. De handleiding kan gebruikt worden als referentie in stage en projectonderwijs.
Let op: concept versie
Inleiding
In veel gevallen kan een beter inzicht in de omgeving van de school waar je stage loopt of werkt handig zijn. Door meer inzicht in buurt waar kinderen vandaan komen kun je hun vragen beter plaatsen en hun situatie beter inschatten. Het maken van een eenvoudige analyse kan is in veel gevallen heel eenvoudig. In deze handleiding vindt allereerst je een aantal bronnen waar je simpel en snel cijfers vandaan haalt. Daarna is het zaak om met die cijfers ook voor jezelf een juist beeld te maken, oftewel wat zeggen die cijfers eigenlijk.
(more…)
Download in pdf?
Kader
Dit artikel vormt de afsluiting van mijn opleiding culturele maatschappelijke vorming. In de afgelopen jaren van opleiding heb ik gemerkt dat er een onduidelijk verband bestaat tussen de wijken waar nu voornamelijk een welzijnswerk interventie plaatsvindt en de wijze waarop deze wijken tot stand zijn gekomen. In het onderstaande artikel wil ik in gaan op de fysieke vindplaats van sociale problemen en
de ontwikkeling daarvan.
Inleiding
Het wonen van mensen bepaald een groot deel van hun leven. Niet alleen in het belang van het hebben van een thuis maar vooral ook door de omgeving waarin mensen wonen. Mensen gaan zich in betrokken voelen bij hun woon omgeving. Het is zo dat deze kleine samenleving zich niet altijd zonder problemen kan handhaven. Dit leidt er in de praktijk toe er een clustering van welzijnswerkinzet plaatsvindt in een aantal wijken in steden. Hierdoor zou je al kunnen vermoeden dat er zwakkere en sterkere wijken zijn. In Breda zie je bijvoorbeeld een grote clustering in van welzijnswerk in Breda Noord-oost en de Heuvel. Op het eerste gezicht zou er dus een verband kunnen zijn tussen de sociale problemen en die wijken van nu en de manier van het ontwikkelen van deze wijken in het verleden.
Het welzijnswerk vervult een rol bij het verminderen dan wel oplossen van problemen in buurten en wijken. Vanuit deze positie heeft het welzijnswerk een de expertise op het gebied van sociale structuren en verbanden. In hoeverre er van deze expertise gebruik wordt gemaakt in het ontwikkelen van nieuwe woonwijken is niet duidelijk
In wijken en buurten waar gedurende een langere periode structureel sociale problemen zijn worden uiteindelijk vaak fysieke ingrepen in de buurt gedaan. Er worden gerenoveerd, gesloopt en nieuwbouw gepleegd. Hiermee wordt een relatie tussen een fysieke ingreep en de sociale problemen in een wijk verondersteld. Het welzijnswerk werkt aan het verminderen van sociale problemen maar bestaat ook bij de gratie van deze zelfde problemen. Hoe het welzijnswerk deel neemt in de fysieke inventie is onduidelijk.
Het plegen van fysieke ingrepen en daarmee het verkrijgen van meer woningdifferentiatie lijkt binnen de politiek en de corporaties vaak een toverwoord voor het oplossen van problemen maar is het dit ook? In het artikel zal aan de hand van een aantal onderwerpen het antwoord op onderstaande centrale vraag worden gegeven.
Wat is de relatie tussen de fysieke wijk ontwikkeling en de sociale situatie, en welke invloed kan het welzijnswerk hierin hebben?
Probleem kern
In het ontwikkelen en her-ontwikkelen van wijken zijn een groot aantal actoren actief. Deze hebben allemaal afzonderlijk hun doelen en belangen. De gemeente wordt in haar uitgangspunten vaak geleid door stedenbouwkundige bouwkundige visies en formuleert op basis hiervan haar doelen. De politiek probeert de grootste problemen in de woningmarkt en wijken aan te pakken. De corporaties willen voornamelijk hun woning voorraad aanvullen en vervangen zodat deze in de toekomst goed verhuurbaar blijft. Projectontwikkelaars willen zoveel mogelijk winst maken met de verkoop van woningen.
Geen van deze actoren stelt specifieke doelen voor de sociale situatie in de wijk. Binnen de corporaties is wel steeds meer aandacht voor de leefbaarheidsdoelen.
Het ontbreken van een actor die specifiek doelen stelt voor de sociale situatie in een woongebied zonder dat dit tot conflicten met andere belangen geeft leidt er toe dat het actief rekening houden met sociale processen naar de achtergrond komt te liggen. Het welzijnswerk heeft wel de mogelijkheid en de expertise om de sociale belangen te bewaken.
(more…)
De quote 500 is recentelijk weer verschenen. Zoals elk jaar hierin een opsomming van de meest vermogende Nederlanders. Volgens quote bezitten deze stinkende rijkaards zo’n 121,5 miljard euro. Dit is veel te veel geld dan zij ooit nuttig kunnen besteden.
Ongeveer 10% van Nederland leeft op of onder het sociaal minimum (www.antanna.nl). En de 10% daarboven heeft het ook een stuk minder breed dan die 500 kapitaal grootmachten. Nederland heeft zo’n 16.335.998 inwoners op 1 juli 2006 (www.wikipedia.nl). Dus de 20% armste zijn er ongeveer 3.300.000 mensen. Nu wil het zo dat deze groep ook de groep is die de samenleving op allerlei vlakken het meeste kost. Als we nu wat van dat geld van die rijkste 500 aan de armste 3.300.000 geven dan zijn we een heel eind geholpen.
Gelijkheid tussen alle mensen denk ik niet dat op korte termijn haalbaar is en ook ik ben de beroerdste niet dus laat ik die rijke lui ieder 500.000 euro eigen vermogen houden. Dat is meer als genoeg om een leuk huis te hebben (en er bestaan natuurlijk ook nog hypotheken) en nog wat aandelen voor de hobby. Voor de 3,3 miljoen armen heb je dan een potje van 121,2 miljard. Nu lijkt het mij dat ook niet slim omdat gewoon over te maken. Dat zou trouwens neer komen op ruim 36 duizend euro. Maar laten we dat sparen, daar moet toch zo’n 4% rente op jaarbasis op te halen zijn. Daar hebben dan wel weer het inzicht van die 500 rijkste voor nodig. Maar goed, die mogen hun handen ook wel eens uit de mouwen steken voor de maatschappij. Dat is zo’n 4,8 miljard, verdelen we dat onder onze 3,3 miljoen mensen dan krijgen die zo’n 1400 euro per jaar. Daar hebben we dan ook nog wat ruimte in voor uitvoeringskosten.
Dat is toch mooi extraatje van 116 ,– euro per maand, en dat is voor die groep mooi mee genomen. Ieder jaar heel het leven lang.
Quote meld ook dat de 500 rijkste dit jaar weer zo’n 10% rijker zijn geworden. Dat is zo ongeveer 10 miljard. Dus er word vanzelf gezorgd voor een aanvulling van het fonds om inflatie en bevolkingsgroei de baas te zijn.
Guy de Kort
Download in pdf?
Kader
Binnen mijn opleiding culturele maatschappelijke vorming heb ik en mijn toenmalige projectgroep een ondernemingsplan voor een arbeid re-integratiebedrijf geschreven. Dit is een van de oude overheid diensten die in het verleden is geprivatiseerd. Publieke bedrijven nemen opdrachten aan van de overheid en maken daarmee winst. Op het moment worden er steeds meer gedacht over het verder privatiseren van publieke diensten. In het kader van deze ontwikkeling vraag ik me af hoe wij in onze samenleving moeten omgaan met de winsten die deze private leveranciers van publieke diensten maken.
Inleiding
De rol van de overheid verandert. De laatste jaren verplaatst de overheid zich steeds meer naar inkoper van publieke diensten voor de burger in plaats van uitvoerder van deze diensten. Hiernaast is een trend waar te nemen van decentralisatie waarbij de landelijke overheid steeds meer de uitvoering van haar beleid bij regionale overheden legt. De Publieke diensten worden uitgevoerd door organisaties die werken als privaat bedrijf om maatschappelijke doelstellingen te verwezenlijken. Dit komt voort uit het neoliberalisme waarin de overheid tracht zich te ontlasten van zijn talloze maatschappelijke opdrachten. Door privatisering werden kosten voor publieke dienst verlening investeringen in winstgevende ondernemingen. (van Eijk 2006). De nieuwe geprivatiseerde diensten voeren hun werk uit met publiek geld wat zij ontvangen van de overheid. In hun bedrijfvoering bouwen zij vermogen op van publiek geld.
Een voorbeeld waarbij deze beweging al langer gaande is zijn de woningcorporaties. Hoewel het vermogen van woningcorporaties pas in 1994 losgekoppeld is van de overheid worden de corporaties in snel tempo zelfstandige vastgoed beheerders. Het vermogen wat de corporaties bezitten is opgebouwd of in ieder geval geïnitieerd door publiek geld. Met verworven vermogen en winsten is het door de zelfstandigheid van corporaties steeds minder duidelijk hoe dit ingezet word.
Ook andere takken van publieke dienstverleners groeien vanuit hun ideële doelen naar professionele dienstverlenende organisaties. Zij leveren wat de overheid inkoopt tegen de overeengekomen voorwaarden. In deze beweging zou de marktwerking in de dienstverlening moeten stimuleren en daarmee een kosten besparing te weeg moeten brengen.
Hoe de organisatie hun vermogen en winsten dat zij verwerven met het leveren van diensten inzetten blijft onduidelijk naar de samenleving. Vanuit dit concept kan de volgende probleemstelling worden geformuleerd:
Welke waarborging is er dat winsten van private organisaties die primair met publiek geld opereren terug vloeien naar de samenleving.
(more…)